Elf
Na veel ‘come back some time’ en ‘have fun, you guys’ van John en wat ochtenddrukte rond Denver, rijden we in ons aircokoepeltje naar het westen door de geblakerde verlatenheid van Colorado en Utah. Buiten het koepeltje is de lucht zo heet dat we de afstanden naar een Starbucks of diner met tastende gebaren en verraste kreten afleggen. “Zo hé!” De warme wind blaast het zweet van onze armen.
’s Avonds stoppen we in Green River, zo’n vierhonderd mijl ten westen van Denver en als een van de weinige plaatsen langs interstate 70 vermeld in onze Lonely Planet. Terecht, want hier is voor het eerst na zeker honderd mijl eenzaamheid eten en een bed voorhanden. En terecht omdat het een schoolvoorbeeld is van de hedendaagse uitvoering van een western stadje. Brede weg van begin tot eind. Winkels met grote stoffige parkeerplaatsen erlangs. Vijf motels, van onze Sleepy Hollow (‘clean - refrigair - TV’) tot het Budget Inn Motel (’God bless you - free internet’) er schuin tegenover, Mexican Food To Eat In And Take Out, Harry’s Bar (Butch Cassidy’s favourite hangout), het postkantoor met Amerikaanse vlag in top en een stuk of wat benzinestations. Onze Chevy slurpt er gretig van, want al dat werken vraagt wel voeding. En dat werken gaat ver. Als je per ongeluk vergeet je voet op de rem te zetten, weigert Chevy eenvoudig zich in de drive stand te laten schakelen. Doe je het zoals hij wil, dan sluit hij meteen de deuren af, dimt de binnenverlichting, kijkt even naar buiten hoe licht het is en regelt een gepaste sterkte buitenverlichting, laat weten of de achterklep wel dichtzit en meldt dat er nog een gordel los hangt. Onervaren met denkende auto’s, vraagt de omgang met elkaar enige gewenning. Zo weigerde Chevy aanvankelijk zijn deuren van slot te doen. De bestuurdersdeur alla, maar de rest bleef dicht. Toen we in groeiende verwondering op nog wat knopjes van de sleutelhanger drukten, de oplossing moest daar ergens verstopt zitten, begon hij boos te toeteren en startte vervolgens zelf zijn eigen motor terwijl wij nog met onze flessen water en verse broodjes op de stoep van de 7-eleven stonden. Het was in één klap duidelijk wie hier de baas was. Pas na enige hulp van een meer ervaren Chevy-rijder heeft hij ons nu weer geaccepteerd en gooit hij zelfs al zijn deuren met een vrolijke bliep en een knipoog van zijn alarmlichten voor ons open. Na een dag wanhopig smeken tegen de knopjes en lampjes van het audiostation, klinken zelfs The Byrds en Dylan quadrafonisch door ons huisje. We bedanken hem vriendelijk, het blijft toch een beetje aftasten in zo’n relatie.
Voor hij uiteindelijk ook de geheimen van de cruise control prijsgeeft, duurt dan ook zeker nog anderhalve dag en overleg met diverse voorbijgangers (‘maybe better ask a guy’ en ‘I’m from the old school, sorry’). Soms dachten we de juiste combinatie te hebben ingetoetst op het mysterieuze paneeltje aan de linkerkant van het stuur (‘ís het wel een cruise control?’). Soms met ‘ja, dit is het!’ als resultaat, maar zodra de weg dan weer bergop ging, zakte onze hoop en zijn snelheid toch weer in elkaar. Maar na een nachtje rust van elkaar in Sleepy Hollow, tikken we de volgende morgen schijnbaar achteloos de perfect toetsencombinatie. Vanaf dat moment begrijpen we elkaar en regelt Chevy het echt helemaal zelf. Met losse benen glijden we langs sculpturen van steen, nauwelijks balancerende rotsen en bergkammen waar je elk moment de chief of Apaches en zijn mannen verwacht. ‘We’re gonna let it all hang out’ van J. J. Cale als een quadrafonische deken om ons heen.
Ik overdenk de Amerikaanse televisie van gisteravond in Sleepy Hollow waar eerst de ‘war on terror’ zijn opwachting maakte, toen gruwelijke beelden van wat er met je keuken zou gebeuren als germs een kans zouden krijgen, vervolgens een man met een hond die adviseerde direct een burglar alarm aan te schaffen als je tenminste die enge verkrachter van daarnet buiten de deur wilde houden en tenslotte een blonde mevrouw die een grote plastic krat vulde met wat elk gezin standaard in huis moest hebben. Water, een geplastificeerde kaart van de USA, eten (don’t forget the dog!) en natuurlijk een giant size fles Clorox tegen de germs (!). ‘Be ready for the weather. Now!’, bleek de boodschap, tot ons gekomen dankzij Clorox, worlds absolutely best detergent. “You’ll feel so much more secure”, vatte de blonde mevrouw het leven mét survival kit en Clorox samen. Iedereen belooft verlichting.
Ondertussen rijden we door Goblin Valley langs rode rotsen, steil oprijzend uit de vlakte, de randen met beeldhouwwerk van de natuur. Een rij mediterende apen, een vergadertafel, een opgestoken vinger met een bal erop. Daartussen af en toe opeens water, groen en mensen. The Desert Motel, Kitty’s breakfast - lunch - dinner, een schoolbus, een winkel met groceries & general supplies en een winkel met mooie stenen.
Of de echte loners. Zoals een terreintje even verderop met wat scheefgezakte houten bouwsels, een verweerde caravan en een verroest ijzeren hek er omheen. Aan het hek hangt een houten bord met ingebrande letters. ‘Old Gill’s Town’. En daaronder: ‘stay out’. Achter de stad van Gill rijzen de bergen als een beschermende tempel met perfect afgeronde zuilen omhoog.
Te midden van die natuurpracht maak ik mijn aantekeningen over toen. ‘Don’t cry sister cry’, zingt J. J. Cale. ‘Everything will be just
fine.’