Vijf
Goed, New York dus. Vandaag lopen we door datzelfde Chinatown waar toen met K en Jody de auto stijf dicht moest. Het straatbeeld is nauwelijks veranderd. Veel plastic, rood en goud en veel bedrijvige Chinezen voor wie niets teveel moeite lijkt om spullen aan de man te brengen waarvan je je oprecht afvraagt wie ze in godsnaam zou willen hebben. Schilderijtjes met driedimensionale watervallen in neon, boeddhas van porselein met dikke, roze beschilderde buiken, hardpaarse en gifgroene plastic bloemen, goudgele draken die bij voorbaat het kettinkje waar ze aan hangen al onherstelbaar hebben verbogen. Of, een deur verder, gemalen schildpadnagels, tot gruis geslagen kristallen of geplette koraal als dé remedie tegen aflatende potentie, hoofdpijn, onregelmatige menstruatie of onbedoeld in bed plassen. Blijkbaar loont het allemaal, want de winkeltjes en de mensen die het verkopen zitten er nog steeds en blijken gewoon, zonder beschermend autostaal, te bezoeken.
Daarna lopen we door het financieel district naar ground zero en kijken naar het gat dat als een uitgeslagen voortand meer aandacht vraagt dan ooit het gave gebit. Vroeger had ik het antwoord op oorlog en geweld. Mediteren. Dat zou de mens en dus de wereld het duizendjarig vredesrijk van Maharaj ji brengen. Nu heb ik geen antwoorden meer, of alleen antwoorden die op hun beurt weer nieuwe vragen oproepen.
Even verderop, in het marmeren portiek van een bank op Fifth Avenue, ligt een magere man. Hij kijkt recht voor zich uit, zonder oogcontact te zoeken met de voorbijgangers die op dit uur in drommen langs zijn uitgestoken voeten trekken. Tegen zijn been leunt een kartonnen bordje. Vietnam Vet, staat er op, met onregelmatige balpenletters geschreven. Daaronder: Homeless and desperate. Please help.
Hoe dat mediteren moest, heette de knowledge. Technieken die een rondreizende mahatma, leraar van Maharaj ji, moest onthullen. Daarbij ging het niet zozeer om technische vaardigheden, benadrukten de devotees in de ahsram, maar om het opgenomen worden in de wereld van goeroe Maharaj ji. Of niet dus. De test of je daar klaar voor was, was een wedstrijd zonder regels. Het feit dát er een mahatma kwam, toonde dat er voldoende zielen klaar waren. Maar wat je daarvoor moest doen, was een vraag die bij de ingewijden alleen maar een mysterieuze glimlach en in devotie opgeslagen ogen opleverde. Veel stofzuigen en aardappels schillen, was het enige dat ik kon bedenken, en net zo gelukkig de wereld inkijken als de echte volgelingen. Dat deed ik dus tot er enkele weken later inderdaad een vriendelijke Indiase great soul arriveerde, met een rode stip op zijn voorhoofd en een roze gewaad om zijn middel en schouders gedrapeerd. Iedereen kuste zijn voeten en lachte nog blijer dan anders. Ik ook, hoewel de spanning bleef want het feit dat de mahatma was gearriveerd betekende natuurlijk niet dat alle twintig mensen die zich inmiddels hadden aangemeld ook inderdaad klaar waren om de knowledge te ontvangen. Opnieuw een beoordeling zonder regels, behalve natuurlijk in elk geval niet weg gaan. Niemand wist immers het moment waarop de mahatma zou besluiten dat de devotie groot genoeg was en dat er een inwijdingssessie kon beginnen.
Dus zat ik op de grond in de ashram en luisterde uren achtereen naar de verhalen van de ingewijde volgelingen. Die kwamen in grote lijnen altijd op hetzelfde neer. Eerst was er duisternis, toen bracht goeroe Maharaj ji het licht. Zoals er altijd in alle tijden een levende volmaakte meester op aarde was voor degenen die oprecht zochten, zo was er nu goeroe Maharaj ji. De volgelingen van Jezus hadden hem gevonden, de volgelingen van Krishna hadden hem gevonden, de volgelingen van Boeddha en Mohammed hadden hem gevonden. En wij, zoals we hier uiteindelijk anderhalve dag lang op de grond zaten, hadden hem gevonden. Al die meesters onderwezen hetzelfde. Dit was het eeuwige geheim achter alle godsdiensten. Goed bewaard en alleen bestemd voor degenen die begrepen dat de levende volmaakte meester volgen en aanbidden de échte weg naar verlichting is. De technieken waren slechts een hulpmiddel, waardeloos zonder totale volgzaamheid aan de goeroe.
Aan het eind van de tweede dag kwam eindelijk de mahatma de kamer binnen waar nog een stuk of tien mensen waren overgebleven. Een duidelijk teken dat dit niet zomaar voor iedereen was. In Engels met een Indiaas accent (yes, yes, you must be berry determined), vertelde hij nogmaals over de levende volmaakte meester en hoe gelukkig we waren om hem ontmoet te hebben. Because true devotee bill experience eternal bliss and joy. Dus wie die devotie niet kon beloven, kon alsnog de kamer verlaten. Without a live at the holy lotusfeet of the master, this knowledge is completely worthless, donderde de mahatma. Uiteindelijk bleven er zes mensen over, waarop de aanwezige volgelingen uit de ashram de gordijnen dichttrokken en de deur van de kamer op slot deden. De inwijding was streng geheim. Ik moest net als de anderen plechtig beloven nooit iemand te vertellen wat de mahatma ons zo dadelijk zou onthullen. Dat zie ik inmiddels anders.
Maharaj ji onderwees vier meditatietechnieken. Drie daarvan had ik eerder gelezen in De Yogis van India, een boek met harde kaft en zwart-witfotos van sadhoes met golvende grijze baarden dat ik de jaren daarvoor als een bijbel met me meedroeg. Maar nu, dankzij deze mahatma, begreep ik de waarde van die technieken pas. Zoals concentreren op het geluid dat je ademhaling achter in je keel maakt en dat ongeveer klinkt als sooo (bij het inademen) --- hangggg (bij het uitademen). Een gewone ademhalingstechniek, dacht ik altijd. Maar dit geluid, vertelde de mahatma, is de ware betekenis van het Woord waar de bijbel over spreekt. Het Woord dat god is. Every living perfect master teaches same technique but then, I tell you, people turn it into religion and true meaning gets lost. Until next perfect master comes.., zei hij, terwijl hij diep boog voor de foto aan de muur waarop Maharaj ji het rode fluwelen gewaad en de gouden kroon van Lord Krishna uit de Bhagavad Gita droeg.
De tweede techniek deed hij zelf één voor één bij ons voor. Ik zat met mijn rug recht en gekruiste benen op de grond. In het halfdonker kwam de mahatma in dezelfde houding vlak voor me zitten. Zijn knieën, met het roze katoen eroverheen gedrapeerd, raakten de mijne. Hij rook een beetje zoetig, naar wierook. Hij ademde heel licht, alsof hij maar net aanwezig was. Zijn donkere, bruine ogen glansden. Close you eyes. Hij raakte met zijn wijsvinger licht mijn voorhoofd aan, op de plek waar hij zelf een rode stip droeg. Concentrate here. Daarna legde hij zijn duim en middelvinger op mijn gesloten ogen en duwde ze tamelijk stevig naar het punt dat zijn wijsvinger aanwees. What you see? Light, mahatma ji. Good. This is eternal light of creation. Source of all bliss. Meditate on it. Hij pakte mijn eigen hand om de greep op mijn ogen van hem over te nemen en schoof door naar de volgende.
Daarna leerde hij om met je duimen in je oren naar het geluid in je eigen lichaam te luisteren. Meditate and ebentually you will hear divine music. De vierde techniek was met je tong achterin je keel reiken, tot achter de huig. Daar kon de true devotee na veel meditatie uiteindelijk als beloning holy nectar proeven. De drank van de goden. Het voedsel van yogis die maandenlang zonder eten mediteren. De levensbron van Jezus in de woestijn. This is their secret.
Dit moesten we elke dag minstens tweemaal een uur doen. Met een doek over ons hoofd (vandáár al die mooie Indiase lappen in de ashram!), want niemand mocht de geheime technieken zien. Samen met een leven van toewijding aan de meester, this will bring you eternal happiness.
Daarna mochten we zijn voeten kussen en eindelijk naar huis.
Morgen ergens zon mooie doek zien te vinden, dacht ik op de fiets.
